Toneelvoorstelling al vroeg uitverkocht. Extra voorstelling op donderdag 13 december (20.00 uur).
Unicum voor Toneelgroep Vessem

Bij het schrijven van dit artikeltje moet de première van ‘Veertien in de oorlog’ nog worden gespeeld. Toch hebben we nu al een uniek momentje in onze bijna 60 jarige geschiedenis. We spelen een (niet-verwachte) extra voorstelling, omdat de geplande drie al twee weken vooraf uitverkocht zijn. Dat is eigenlijk best een prestatie van een klein toneelclubke, dat een jeugdvoorstelling (met volwassenen) speelt.


De hoofdrollen
‘Veertien in de oorlog’ gaat over een Joods meisje, dat moet onderduiken in de Kempen. Floor Verkooyen speelt deze Maria Polak mooi, ingetogen, klein.Floor begrijpt als geen ander de rol van onderduiker. Je kunt als Joodse in deze oorlog niet té opvallend in beeld zijn, zeker niet met de SS of NSB in de buurt. Haar tegenspeler Daan van Riet speelt Gijs, het neefje van een NSB’er. Hij woont sinds de dood van zijn ouders bij oom Klaas en tante Frieda. Gijs is geen makkelijke rol om te spelen. Hij wordt nergens echt geaccepteerd, niet in het gezin en niet in de straat. En dan heeft ie ook nog een geheime vriendschap met een Joodse. Daan speelt die rol met de klasse van een volleerd acteur.
De goede kant
Het gezin Schouten helpt kolenboer Geurts (Wim Becx) en het verzet door Maria te laten onderduiken. Sjaak (Patrick Neutkens) is een goedlachse vader van twee dochters: de stoere Erika (Lynn Neutkens) en de flapuit Loes (Isa Jansen). Sjaak is gelukkig getrouwd met Ans (Margret Liebregts). Soms moet schooljuf Ans ook thuis flink aan de rem trekken, als Sjaak zijn grote mond niet kan houden tegen de bezetter. De kinderen Schouten proberen er met kinderen uit de buurt (Sabine van der Linden en Merle Corstens) het beste van te maken. Ook een vrolijke noot is de Kapitein. Karel Franken speelt deze straatmuzikant en wie Karels muzikale talenten kent, weet dat deze rol hem op het lijf geschreven is.
Slechterikken
Klaas Hageman (Erwin Postma) is een fanatiek aanhanger van de Duitse bezetter. Zoon Anton (Job Jansen) en dochter Dirkje (Lotte Sterken) lijken door hem gehersenspoeld. De vrouw des huizes , Frieda (Riny van Gompel), is een stuk milder en heeft duidelijk een hekel aan de oorlog. Haar man is onherkenbaar veranderd, maar heeft thuis meestal de broek aan. De Duitse bezetters (Amy Daris, David van de Ven en Dion Hoeben) hebben net als de Hagemannetjes de onsympathieke taak om de slechterik te spelen. Voor een toneelspeler zijn dat natuurlijk wel de leukere rollen om te doen. De rollen van NSB’er/ bezetter komen in dit verhaal goed uit de verf.
Geen drama
Dit oorlogsverhaal is geen klucht, maar zeker ook geen drama. Er zitten hele mooie momenten in, maar het is natuurlijk wel oorlogstijd. Inclusief overkomende vliegtuigen, luchtalarmen en wat al niet. Aan de andere kant worden er ook prachtige eigentijdse liedjes gezongen (tekst van oa. Maarten van Bussel en arrangementen van Treske Bruning). Daar zitten echt pareltjes bij. De live-muziek van Leah van der Sande en Vera Beerens maken het plaatje compleet. Datzelfde plaatje is heel mooi ingekleurd door regisseur Lisa van de Ven. Als de voortekenen niet bedriegen gaan we vier mooie voorstellingen tegemoet. Op donderdag de dertiende zijn (één week voor de première!)nog stoelen te reserveren.

Maria Polak is een veertienjarig Joods meisje, dat moet onderduiken in een dorpje in de Kempen.  Haar ouders zijn tijdens een razzia opgepakt door de Duitsers. Maria was op dat moment bij een vriendin. Ze praatten samen over dingen waar dames van die leeftijd het graag over hebben:  over jongens, over (het tekort aan) leuke kleding en wat ze zouden doen als de oorlog voorbij was. Maria had werkelijk geen benul wat er thuis afspeelde.

Tot de buren bij het vriendinnetje op de voordeur klopten. Maria moest zo snel mogelijk ergens anders naar toe, omdat het gevaarlijk voor haar werd. Een klein koffertje was alles wat ze mee kreeg naar haar onderduikadres.  Zo kwam ze terecht bij ‘Ome Sjaak en Tante Ans’, twee volslagen vreemdelingen voor Maria of moeten we nu Marga zeggen. Dat stond tenminste in haar nieuwe paspoort….”        

En dan begint ons verhaal, zo ongeveer midden in de oorlog. De Duitsers vliegen nog regelmatig naar Londen, slechts langzaam winnen de Engelsen terrein. Elke fout of verspreking kan fataal zijn. Ze kan worden verraden door de NSB’ers aan de overkant. Of de SS krijgt lucht van de zaak. Maar natuurlijk kent zo’n verhaaltje een ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’-einde. Of toch niet? Of niet voor allemaal?